In het academiejaar 2025-2026 sloegen het ADVN en de onderzoeksgroep ARCHES van de Universiteit Antwerpen de handen in elkaar. In het kader van het vak ‘Musea, archieven en bibliotheken: collectie- en geheugeninstellingen’ analyseerden studenten van de opleiding 'Erfgoedstudies' diverse perscartoons uit de ADVN-collectie en presenteerden hun analyse aan de hand van academische posters.
Hieronder vind je enkele van deze analyses terug: klik op de cartoons om de posters te bekijken!
Wie bepaalt tegenwoordig wat grappig is, wat eerlijk is en wie verantwoordelijk is?
Marlies Devos
In het onderzoek staan twee satirische beelden centraal: enerzijds de spotprent “De Laatste Krachttoer” gepubliceerd op de voorpagina van het Vlaams-nationalistische, satirische blad Pallieter (1922-1928) op 15 februari 1924, en anderzijds een hedendaagse deepfake gebaseerd op de boodschap achter “De Laatste Krachttoer”, gecreëerd door de auteur met het AI-model Sora (OpenAI) op 10 december 2025. Beide satirische beelden representeren op het eerste gezicht een brede traditie waarin politieke tegenstanders en gebeurtenissen bekritiseerd worden via visuele weergaves, maar deepfake-satire brengt aanzienlijke verschillen met zich mee. Deze beelden, in tegenstelling tot sociaal leesbare spotprenten,manipuleren het publiek via het beeld zelf (gaslighting) en de snelheid en het gemak waarmee zeverspreid worden verminderden de aansprakelijkheid van de maker. De poster zet aan om te reflecterenover de hedendaagse politieke desinformatiecampagnes en het gebruik van humor. Wie bepaalt tegenwoordig wat grappig is, wat eerlijk is en wie verantwoordelijk is?
Er worden drie lagen onderscheiden, namelijk: blikvangers, context en details. Deze lagen dragen elk op een andere manier bij aan het overbrengen van de boodschap.
Lana Vandebroek
In 1966 trouwden Prinses Beatrix en Claus van Amsberg, een huwelijk dat in Nederland gevoelig lag vanwege Claus’ verleden bij de Hitlerjugend. Dit spanningsveld wordt scherp verbeeld in een satirische prent uit ’t Pallieterke uit de ADVN-collectie die in deze visuele analyse centraal staat. De onderzoeksvraag, binnen deze visuele analyse, is gericht op de opbouw van de karikatuur. “Op welke manier kan een drieledige visuele analyse van de karikatuur over het huwelijk van prinses Beatrix en Claus uit ’t Pallieterke de maatschappelijke spanningen en boodschap van de prent zichtbaar maken?” Er worden drie lagen onderscheiden, namelijk: blikvangers, context en details. Deze lagen dragen elk op een andere manier bij aan het overbrengen van de boodschap. De blikvangers roepen een eerste emotie op, de context verduidelijkt wat er speelt in de maatschappij en de details benadrukken de satirische overdrijving.
De cartoon vat op een speelse maar scherpzinnige manier de Flamingante blik op de tegenstellingen rond Brussel samen
Marte Bernaerts
De balans tussen macht en onmacht zal altijd deel uitmaken van gesprekken rond erfgoed, participatie en ontsluiting. Zeker wanneer het aankomt op satirische kranten en periodieken. Daarom wil deze casestudie vertrekken vanuit het idee van “meerlagigheid”; maar in dit geval niet vanuit het idee van een palimpsest, maar vanuit frictie, botsende lagen. Er valt vandaag veel te zeggen over de meerdere lagen en gezichten van Brussel: gewest, agglomeratie, grootstad, hoofdstad van België, hoofdstad van Europa , … Daarnaast is de stad getekend door meertaligheid, die met een zowel historische als hedendaagse geladenheid gepaard gaat. Kortom een ideale voedingsbodem voor satire en spot, zéker in de context van de Vlaamse beweging in de jaren 1960 en 1970.
De absurditeit en complexiteit van de verschillende lagen staat in deze casestudie centraal. Ze vertrekt vanuit een spotprent die in ’t Pallieterke verscheen in November 1969. Op deze prent wordt het “zeergrootvorstendom Brussel” ommuurd afgebeeld. De analyse wil deze visuele retoriek verbinden met de historische context van verfransing, disputen rond de toen net vastgelegde taalgrens, en de (toen nog onvoltooide) institutionele verankering van Brussel, maar ook met koninklijke onmacht, opportunisme, bestuurlijke instabiliteit en verschuivende grenzen.
De vragen die hierbij worden opgeroepen houden verband met hoe onmacht binnen een stad die tegelijkertijd een centrum van macht is wordt gevisualiseerd. Welke rollen de verschillende karikaturen in de prent vervullen in dit opzicht, en welke visuele strategieën er worden ingezet om de Brusselse complexiteit en meerlagigheid bloot te leggen opsatirische wijze.
De prent gebruikt de vorm van een fabel om figuren als Renard, voorgesteld als een vos, en Van Acker, afgebeeld als een raaf, belachelijk te maken
Marieke Hermans
Deze analyse bekijkt de satirische prent “Le Corbeau Asiel et le Renard” uit het Vlaamse weekblad t’Pallieterke (1957) als lens op de politieke en sociale spanningen rond stakingsacties. De prent verwijst naar La Fontaines fabel, waarin de sluwe vos de naïeve raaf misleidt. André Renard (de vos) wordt afgebeeld als vakbondsleider die Asiel (de raaf) manipuleert en zijn belangen - zijn ‘kaas’ - dreigt te ontnemen.
Door een analyse van beeldtaal, symboliek en historische context (onder meer dubbele verlofvergoeding, syndicaal opbod, CVP-BSP-verhoudingen) wordt getoond hoe satire functioneert als kritisch instrument. Humor en overdrijving maken politiek bedrog en machtsmisbruik herkenbaar en bespreekbaar. Fabels, en verwijzingen daarnaar, bevatten bovendien vaak universele waarschuwingen, in dit geval tegen vleierij en opportunisme.
De archetypische symboliek van de fabel - de vos als belichaming van sluwheid en eigenbelang, de raaf als symbool van naïviteit en goedgelovigheid - overstijgt zijn concrete context. Dit maakt de cartoon relevant voor het analyseren van stakingsdynamieken en machtsspelletjes, zowel historisch als hedendaags. De archetypische kenmerken kunnen los van de fabeldieren vergeleken worden met andere stakingen en de rollen die actoren daarin vervullen. België levert ook actuele voorbeelden, aangezien het land momenteel opnieuw bekendstaat als ‘stakingskampioen’ van Europa.
De centrale onderzoeksvraag luidt nu: Kan de vos-raaf-symboliek worden ingezet om manipulatie en machtsstructuren in arbeidsconflicten te analyseren, en kan deze symboliek worden toegepast om vergelijkbare patronen in andere stakingen en conflicten te herkennen en begrijpen?
De analyse toont hoe satire politieke hypocrisie blootlegt en internationale verhoudingen bekritiseert. De cartoons nodigen uit om na te denken over de rol van erfgoed in het zichtbaar maken van historische machtsverhoudingen en zetten tegelijkertijd aan tot reflectie over onze huidige wereld.
Ana-Clara Van den Berghe
Op basis van een visuele analyse en literatuuronderzoek analyseert dit onderzoek twee cartoons uit het weekblad Pallieter, met als centrale onderzoeksvraag: Hoe gebruikte Pallieter satire en beeldtaal om kritiek te uiten op de internationale politiek rond Locarno, en welke actuele relevantie heeft deze visuele kritiek vandaag?
De eerste cartoon toont Europese leiders die de vrede vieren, terwijl militairen hen omringen, wat de paradox van een vredesverdrag afhankelijk van militaire macht benadrukt. In de tweede prent zitten de leiders opnieuw feestend rond een tafel, maar schermen ze zich af van koloniale conflictgebieden zoals Syrië, Marokko en Mosoel. Zo wijst Pallieter op de selectieve aard van de zogenaamd bereikte vrede. De analyse toont hoe satire politieke hypocrisie blootlegt en internationale verhoudingen bekritiseert. De cartoons nodigen uit om na te denken over de rol van erfgoed in het zichtbaar maken van historische machtsverhoudingen en zetten tegelijkertijd aan tot reflectie over onze huidige wereld.
Historische spotprenten behoren tot ons cultureel erfgoed. Zij bevatten ook koloniale en racistische stereotyperingen. Archieven staan vandaag voor een ethisch dilemma: tonen we deze prenten voor hun historische waarde, of riskeren we om schadelijke beeldvorming te herhalen?
Katrien Toch
Dit onderzoek heeft tot doel te analyseren hoe satirische bladen van de Vlaamse beweging de (de-)kolonisatie van Congo visueel verbeeldden. Aan de hand van geselecteerde cartoons wordt via een visuele analyse nagegaan hoe humor en beeldtaal gebruikt werden als middel om de koloniale denkbeelden te bevestigen of net in vraag te stellen.
De visuele analyse focust op de vormgeving en stijl, meer bepaald op de beeldtaal, het kleurgebruik, de typografie en de lay-out. Daarnaast baseert de analyse zich ook op inzichten uit visuele cultuurstudies en postkoloniale theorieën. Satire wordt hier beschouwd als een cultureel gegeven, waarbij cartoons zowel kritiek kunnen leveren, als hegemonische perspectieven bestendigen.
Er wordt tot slot ook gereflecteerd over de status van de cartoons als koloniaal erfgoed. Hoe worden ze vandaag bewaard, gecatalogiseerd en tentoongesteld in instellingen zoals het ADVN? En hoe kunnen erfgoedinstellingen omgaan met koloniaal erfgoed en hoe kunnen ze ingezet worden in de dekolonisatie van erfgoedinstellingen?
Spot on! is een samenwerking van het ADVN | archief voor nationale bewegingen en de onderzoeksgroep ARCHES van de Universiteit Antwerpen
Met medewerking van Gerrit Verhoeven, Ulrike Müller, Winne Gobyn, Sophie Gyselinck, Ann Van Gastel & Kas Swerts